Fouten maken móet!

//Fouten maken móet!

Dit interview verscheen in oktober 2013 in het blad Kinderwijz

Arjan van Dam is psycholoog en schreef het boek De kunst van het falen. In dit boek laat hij zien dat je succesvoller kunt zijn als je jezelf durft te ontwikkelen. Zijn motto: richt je niet op het behalen van vlekkeloze prestaties, maar durf te leren, risico’s te nemen en fouten te maken.

 Je spreekt in je boek over de verschillen tussen leren en presteren. Kun je dit uitleggen?
“Als je het kort moet samenvatten is leren op jezelf gericht. Op het verbeteren van je vaardigheden, je competenties. Je zou ook kunnen zeggen: leren is het goed willen doen in de ogen van jezelf. Of van je leermeester. Dat zijn de enigen die in dit geval belangrijk zijn. Wanneer je wilt presteren, wil je je competenties graag laten zien. Dat betekent dat je het goed wilt doen in de ogen van anderen. Mensen die gericht zijn op presteren, zoeken dus waardering. Dit is iets heel menselijks, maar het maakt je erg kwetsbaar.”

Waarom is dat zo?
“De focus op waardering van anderen kan zorgen voor gevoelens van schaamte en falen.”

En naar jezelf toe schaam je je niet?
“Nee, inderdaad. Stel dat je op een onbewoond eiland zit en een kokosnoot uit een boom wil halen. Dan pak je een stok en ga je het proberen. Als het niet lukt, dan denk je niet: ‘O, ik moet me nu echt schamen.’ Want je zit daar alleen, dus dat slaat nergens op. Op het moment dat je bezig bent, ben je eigenlijk aan het leren, want je wil die kokosnoot eruit halen. Je wil wel iets bereiken, maar als het je niet meteen lukt, vind je dat geen ramp.”

En je gaat op zoek naar nieuwe strategieën om het toch te laten lukken? “
Ja, je probeert in die boom te klimmen of weet ik wat. En je gaat net zolang door tot je die kokosnoot te pakken hebt. Het verschil tussen willen leren en willen presteren zit hem in de manier waarop je reageert, wanneer iets niet lukt. Als je leergericht bent en het lukt je niet om die kokosnoot eruit te krijgen, dan ga je gewoon door, net zolang tot het je wel lukt. Je gaat nog harder je best doen, het nog slimmer aanpakken en bekijken wat wel werkt en wat niet. Wanneer je wil presteren probeer je het één of twee keer, waarna je denkt: ‘Ja weet je wat, het lukt me gewoon niet.’ Je kunt dan niet met negatieve feedback omgaan. Het is een reden om te stoppen, want je hebt het gevoel dat je afgaat en dat wil je niet.”

Kun je uitleggen wat je verstaat onder de kunst van het falen?
“De kunst van het falen is het op zo’n manier met faalervaringen omgaan dat ze je vertrouwen in eigen kunnen niet aantasten en je motivatie niet verlagen. Het is zelfs mogelijk om zo met fouten en faalervaringen om te gaan, dat je harder je best gaat doen en je vertrouwen in eigen kunnen groter wordt.”

Hoe zou je een effectieve manier van omgaan met fouten kunnen beschrijven?
“Een stap terugnemen en goed kijken naar wat er fout gaat. En daar een onderzoekende en nieuwsgierige houding bij hebben. Nieuwsgierigheid is denk ik het sleutelwoord. Effectief met fouten omgaan betekent dat je bij jezelf nagaat wat een fout nou precies betekent. Ook moet je leren dat een zelfkritische houding, zonder moreel oordeel, gewoon goed is. Ik zeg altijd: ‘Fouten maken moet!’ Als je geen fouten hebt gemaakt, heb je niet geleefd.”

Je hebt het in je boek over de prestatiemaatschappij en schrijft: ‘Het lijkt of het steeds belangrijker wordt om te laten zien hoe goed we ergens in zijn.’ Zie je dit ook terug in het onderwijs?
Als ik het een beetje dramatisch stel, dan maak ik me echt zorgen over het onderwijs. Ik vind dat de laatste plek op de wereld waar prestatie-denken naar binnen zou moeten sluipen. Maar het lijkt wel de ergste plek aan het worden. Dat vind ik heel zorgwekkend.”

Denk je dan aan de toetscultuur die er heerst?
“Ja, toetsen zouden een middel moeten zijn om ontwikkeling te monitoren, maar worden steeds meer gebruikt om scholen en leraren op af te rekenen. Maar het prestatie-denken zie ik ook terug in leraren die doel en middel vrolijk door elkaar fietsen. Dan scheer ik leraren misschien over één kam, maar het is wel een trend die ik zie. Natuurlijk zijn er ook goede leraren. Een goede juf doet het automatisch goed. De leerkracht van mijn oudste zoon zei bijvoorbeeld altijd: ‘Van proberen kun je leren’. Ik geloof heel erg in twee dingen: dat je dingen in boodschappen verwerkt – in een soort mantra’s –  en ook in het voorleven ervan.”

Hoe zorg je ervoor dat zo’n mantra niet een holle frase wordt, die een kind wel uitspreekt, maar niet voelt?
“Daarom vind ik voorleven nog belangrijker. Wat je doet is met andere woorden belangrijker dan wat je zegt. Als je de theorie die je belijdt niet gebruikt, heeft het veel minder zeggingskracht. Dus de juf die  haar wenkbrauwen niet ophaalt als je het fout doet, die is goed bezig. Ik zeg altijd: het grootste cadeau dat je een kind kunt geven, is dingen fout doen. De humor inzien van fouten geeft lucht. Juffen die fouten maken, zijn zó grappig!”

Hoe kunnen leraren in een klas een klimaat scheppen dat bijdraagt aan leren en het onder de knie krijgen van de kunst van het falen? 
“In een klimaat waar leren centraal staat, worden kinderen aangemoedigd om dingen op verschillende manieren te proberen. ‘Hoe heb je het gedaan? En waarom is het niet gelukt? Wat vind je precies lastig?’ Pas later kun je ook nog eens naar de uitkomsten gaan kijken. Leraren moeten een rolmodel zijn, dat fouten maakt en erkent. En het is ook belangrijk dat ze inspanning van kinderen verwachten. Ik zeg altijd: ‘Ik wil echt dat je het probeert, dat je je best doet.’ Weet je nog wat er vroeger op het bord stond? Vlijt. Dat moet je als leraar belangrijk vinden. Het belonen van inspanning is eigenlijk de weg om leergericht gedrag te versterken.”

Zijn er ook specifieke vaardigheden die je kinderen kunt aanleren?
“Het gaat meer om overtuigingen. Overtuigingen dat een fout erg is of dat je alles goed moet kunnen, werken blokkerend. Ik geloof dat kinderen weer teruggebracht moeten worden naar de basisovertuiging dat ze kunnen leren en dingen met vallen en opstaan onder de knie kunnen krijgen. Wanneer je alleen naar prestaties kijkt, vergelijk je kinderen steeds met anderen, maar je moet niet iedereen langs dezelfde lat leggen. Je moet juist kijken naar de zone van nabijheid: wat zou dit kind nog kunnen leren komend jaar? Dit leerdoel moet uitdagend zijn en niet te gemakkelijk. Ik noem altijd het voorbeeld van hoogspringen met een groep: Als je voor iedereen de lat op 1 meter zet, vervelen sommigen zich te pletter en anderen zweten peentjes. Dus je moet voor iedereen de lat op een bepaald niveau leggen om het een beetje interessant te houden. Als je kijkt naar leren dan zie je dat er de volgende dingen belangrijk zijn: hoe hard je je best ervoor doet en hoe je het aanpakt. Als iets niet lukt, dan kun je grofweg zeggen dat je er of niet genoeg tijd in hebt gestopt, of dat je het niet goed hebt aangepakt. Dat zijn eigenlijk de dingen waaraan in het onderwijs veel aandacht besteed zou moeten worden.”

Kun je een aantal positieve gevolgen noemen van een focus op leren?
“Dat zijn er heel veel! Je krijgt meer vertrouwen in eigen kunnen. Je staat absoluut meer open voor negatieve feedback. Je laat je minder ontmoedigen door tegenslagen. Je hebt meer doorzettingsvermogen. En ook niet onbelangrijk: je hebt meer plezier in wat je doet. Ook zijn mensen die willen leren meer bereid om informatie te delen en stellen ze uitdagende doelen voor zichzelf.”

Wat uiteindelijk alsnog leidt tot betere prestaties?
“Ja, dat noem ik de paradox van succes: Hoe minder je je op succes richt, hoe meer je het krijgt. En omgekeerd: als je alleen maar succes wilt, zul je minder succes behalen. Hoe meer je gaat kijken naar wat er allemaal mis gaat en wat je daarvan wilt leren, hoe eerder je succes bereikt. Alleen succes willen is eigenlijk een onmogelijkheid. Dat kan gewoon niet. Alleen succesvol zijn is een mythe.”

Hoe zou voor jou de ideale schooldag eruit zien?
“Sowieso veel meer spelen. Spelend leren is het leukste wat er is. Ik zou kinderen een breed pallet aanbieden met allemaal verschillende dingen, ook dingen die ze niet leuk vinden. Leren en jezelf ontwikkelen is net als eten: in het begin vind je het niet lekker, maar dat betekent niet dat je het niet moet proberen. Zaken moeten je soms dus ook een beetje afdwingen. Kinderen moeten dus proeven aan heel veel dingen, waardoor ze zich veel breder kunnen ontwikkelen: artistiek, creatief, sportief enzovoorts. Goede leraren maken daarnaast lol, stoppen er emoties in. Qua klimaat moet een kind zich onvoorwaardelijk geaccepteerd voelen. Dat is een voorwaarde om te kunnen leren. Hetzelfde geldt voor een gevoel van verbondenheid. Ik ben geen onderwijsexpert, maar ik vind dat onderwijs erg wordt overschat in de ontwikkeling van kinderen. Ikzelf ben zo ver gekomen ondanks het onderwijs. Ik denk dat je alle schoolse vaardigheden eigenlijk veel sneller kunt aanleren. Daar ben ik heilig van overtuigd.”

Is er een volgende boek in de maak? En zo ja, waar gaat het over?
“Ja, die gaat over de psychologie van het genoeg. Waarom willen we nou steeds meer, terwijl we al zoveel hebben? Dus eigenlijk is het een boek dat ook ingaat op de prestatiemaatschappij. Ik ga op zoek naar de oorsprong van de ratrace.”

 

2018-01-04T01:07:16+00:00

Op de hoogte blijven? Schrijf je dan in!

Contact Info

Valkenierslaan 330, 4834 CP Breda

Web: Platform Mindset - laat talent groeien!

Nieuws!