Het Pygmalion-effect: het resultaat van je verwachtingen

In trainingen die we geven laten we veel docenten nadenken over het volgende: Pak eens een leerlingenlijst van je klas voor je. Van welke leerlingen heb jij het idee dat zij cognitief sterk zijn? En van welke kinderen verwacht jij eigenlijk mindere prestaties? Behandel je deze leerlingen ook anders dan de leerlingen die je als ‘cognitief sterk’ beschouwt?

Veel leerkrachten hebben het idee dat ze leerlingen gelijkwaardig behandelen. Dat ze elke leerling evenveel stimuleren en van ze verwachten. Maar het onderzoek door Robert Rosenthal laat heel duidelijk zien dat dit niet zo is.

Het Pygmalion-effect

In 1968 onderzocht Robert Rosenthal samen met Leonore Jacobson een klas op een school in Califonië. Ze namen bij alle leerlingen een intelligentietest af en de uitslag daarvan deelden ze niet met de leerkrachten of leerlingen. Wel gaven de onderzoekers bij de leraren aan welke leerlingen volgens deze test een groot cognitief potentieel hadden. Misschien lieten deze leerlingen in de klas dit nog niet zien in hun prestaties, maar de test liet duidelijk zien dat zij cognitief zeer sterk waren en goede resultaten zouden moeten kunnen halen.

In werkelijkheid hadden de onderzoekers de namen van deze ‘cognitief sterke’ leerlingen willekeurig gekozen. De leraren hadden dus onjuiste informatie gekregen. Aan het einde van het schooljaar namen de onderzoekers opnieuw een intelligentieonderzoek af.

Het mooie nieuws was dat álle leerlingen vooruit waren gegaan. Maar de leerlingen die door de onderzoekers waren bestempeld als ‘cognitief sterk’ waren relatief méér vooruit gegaan.
Om deze resultaten te checken is dit onderzoek vervolgens op grotere schaal herhaald. Ook daar bleken de ‘uitgekozen’ leerlingen minimaal 10 iq-punten méér te groeien dan de rest van de leerlingen. Het verschil liep soms op tot wel 30 iq-punten. Vooral in de lagere klassen was het effect het grootst. Dit wordt het Pygmalion-effect genoemd.

Verwachtingen van de docent spelen een hoofdrol

De conclusie van dit onderzoek is dat de verwachtingen die leraren hebben een groot effect hebben op de prestaties van leerlingen. Die verwachtingen uiten we door verbale en non-verbale communicatie, zoals bijvoorbeeld:

  • We zetten de cognitief sterke leerlingen vooraan in de klas, de cognitief minder sterke kinderen achterin
  • We geven de cognitief sterke leerlingen vaker een beurt
  • We stellen andere vragen aan de cognitief sterke leerlingen
  • We geven andere complimenten en feedback aan deze leerlingen
  • We geven sneller op bij het uitleggen van de lesstof aan de cognitief minder sterke leerlingen
  • We zijn vriendelijker tegen een cognitief sterke leerling

Door deze manieren van communicatie krijgt de leerling een duidelijke boodschap wat van hem verwacht wordt en hij zal zich ook zo gaan gedragen. Het is een selffulfilling prophecy, zie de afbeelding hiernaast.

Bewust worden

Het bovenstaande klinkt wellicht niet helemaal als een verrassing, maar we staan er nog wel onvoldoende bij stil in ons onderwijs. Om iedere leerling te laten groeien is het belangrijk om hoge verwachtingen te hebben van zijn capaciteiten.

John Hattie ontdekte in zijn meta-analyses ook dat de verwachting van de docent op de eerste plaats staat als het gaat om factoren die invloed hebben op de leerprestaties van leerlingen. Op de tweede plaats staat de verwachting die de leerling zélf heeft over zijn leerprestaties (self-efficacy). Dit pleit ervoor dat we als docent -maar je kunt dit uiteraard ook breder trekken naar het ouderschap of je werksituatie met collega’s- ons telkens weer bewust moeten worden van dit onbewuste proces.

Scherp blijven? Stel jezelf dan regelmatig de volgende vragen voor al je leerlingen:

  1. Welke verwachtingen heb ik van deze leerling? (gedrag, leerprestaties, sociaal, etc)
  2. Welke verwachting en mening kan ik bijstellen (naar boven)? Omschrijf zo concreet mogelijk wat je anders kan doen.
  3. Observeer goed welke veranderingen je ziet. Na hoeveel tijd zie je ander gedrag ontstaan? Komt dit door deze self-fullfilling prophecy? Of iets anders?