Zes tips om te werken aan een foutvriendelijk klimaat in je groep

1. Reflecteer op je eigen mindset over falen

Voordat je kinderen (van 0-99 jaar!) wil helpen om foutvriendelijker te worden, moet je eerst heel eerlijk naar jezelf durven kijken. Wees jezelf bewust van je eigen reacties op fouten en falen. Leer jezelf om minder te focussen op wat er fout gaat en hoe erg dat is en leer meer te focussen op wat je van de fout kunt leren en hoe het een volgende keer misschien beter/anders kan. Dit geldt voor het kijken naar je eigen faalgedrag, maar ook hoe je reageert op het falen van anderen.

Vervolgens kun je anderen aanmoedigen om hun fouten te zien als leermomenten en schat je met hen de fouten op waarde: “Dit is een interessante fout! Ik ben benieuwd wat deze ons gaat leren.”

2. Waardeer onvoorwaardelijk

Laat in je houding en gedrag zien dat je alle kinderen in je groep waardeert, ongeacht hun prestaties. Bedenk van elk kind eens wat je zo in dat kind waardeert. Hou je open houding ook vast als ze fouten maken of beslissingen maken met vervelende consequenties. Dat kan soms best lastig zijn, maar veroordeel het kind niet. Plak ook geen labels op kinderen als ‘de druktemaker van de klas’ of ‘dat brave meisje’, want deze labels zorgen ervoor dat deze kinderen minder goed leren. Zelfs als je de labels niet uitspreekt!

3. Benadruk de inzet, groei en strategieën, niet het talent

Zorg dat je feedback over een fout of faalmoment gaat over aspecten waarop je invloed hebt. Zoals hoeveel inzet het kind heeft getoond, hoeveel vaardigheid hij al ontwikkeld heeft of welke stappen je hem hebt zien maken. Vermijd feedback over aanleg, talent en andere vaste eigenschappen. Dus niet: ‘Het geeft niet, niet iedereen is goed in wiskunde’. Maar: ‘Ik zie dat je het tot deze stap onder de knie hebt. Laten we eens uitzoeken wat je nog niet begrijpt in de volgende stap’.

Wanneer kinderen fouten maken, ga dan met ze in gesprek over welke aanpak ze hebben gebruikt, hoe deze hebben gewerkt en of ze de volgende keer andere strategieën kunnen gebruiken. Zo leer je ze dat ze invloed hebben op hun ontwikkeling en dat fouten je dus veel informatie kunnen geven over hoe je het beter kunt aanpakken.

4. Bedenk samen het worst-kaas-scenario

Soms zie je bij een kind echt angst om een taak aan te gaan, omdat hij bang is om te falen. Pak dan eens een A4-tje en brainstorm samen eens wat er allemaal mis kan gaan: bedenk dus de worst-case-scenario’s. Als alles mis gaat, wat is dan het ergste wat je kan gebeuren? Hoe realistisch is dat scenario?
Heb je genoeg tijd? Dan is het ook interessant om een best-case-scenario te bedenken. Hoe realistisch is dat scenario? Vervolgens bepaal je samen de middenweg: een realistisch scenario.

5. Help de kinderen te focussen op de oplossing

Volgens Carol Dweck, de grondlegger van de mindsettheorie, helpt het niet om bij een fout uitgebreid mee te gaan in de negatieve gevoelens die daarbij komen kijken. Een reactie als ‘Oh wat vreselijk voor je!’ zal een kind niet verder helpen. Natuurlijk komen er soms negatieve gevoelens naar boven bij een fout. Die hoef je niet te negeren (zeker niet!), maar blijf de focus houden op de oplossing: ‘Ah jammer, wat ging er mis?’. Of: ‘Wat balen joh! Hoe kunnen we dit de volgende keer voorkomen?’.

6. Blijf praten over fouten maken, falen en succes

Wanneer je de houding van kinderen ten opzichte van falen écht wil veranderen, dan moet je meer doen dan één goed klassengesprek hierover voeren. Wanneer je fouten écht wil normaliseren in je groep, dan moet je deze boodschap elke dag brengen: laat het terugkomen in alle activiteiten die jullie doen. Pas dán stel je een duidelijke norm in je groep: wij vinden fouten maken en falen een normale zaak en we leren ervan.

Een handige tool hiervoor is de Leerkuil. Laat de kinderen beseffen dat leren gepaard gaat met falen, doorzetten, hindernissen en andere aspecten die in de Leerkuil naar voren komen. Met de Leerkuil normaliseer je fouten en faalmomenten: die horen er gewoon bij en leveren je altijd iets op!

Bespreek ook dat we vaak bij andere mensen alleen zien wat er gelukt is: die succesvolle voetballer of die wereldberoemde zangeres. Maar welke Leerkuilen hebben zij daarvoor doorlopen? Bespreek begrippen als afwijzing, doorzettingsvermogen, discipline, volharding en grit.

Meer weten over fouten maken en wil je aan de slag met de groeimindset?

Volg dan een training of webinar bij ons:

Tip:

In de mappen Groei in je Groep vind je veel activiteiten om foutvriendelijkheid in je groep te versterken. Een helpende activiteit is De Vetste Fout Van De Week. Gedurende de week verzamel je met je groep de fouten die in de groep gemaakt zijn, bijvoorbeeld in een doos. Aan het eind van de week neem je klassikaal de beschreven fouten door en bepaal je samen wat deze week de Vetste Fout was. Natuurlijk bespreek je ook met elkaar waaróm dit een vette fout was, bijvoorbeeld omdat iedereen hier iets van heeft kunnen leren.

(deze tip komt uit Groei in je Groep – middenbouw)